Onderzoek naar het gedrag van de hamster in gevangenschap

Gepubliceerd op 9 oktober 2021 om 02:31

1 De Syrische hamster in het wild

Om inzicht te krijgen in het gedrag van hamsters, is het goed om eerst te weten hoe de wilde Syrische hamster leeft. In de volgende paragrafen leg ik uit hoe een hamsterburcht eruit ziet en sinds wanneer de Syrische hamster in ons bezit is als huisdier.

 

1.1 De Syrische hamster in het wild

De Syrische hamster komt voor in Syrië vlakbij de stad Aleppo tot aan de Turkse Taurusbergen, maar er zijn ook hamsters buiten dit gebied gezien. Het leefgebied is ongeveer even groot als Limburg, Brabant en Gelderland bij elkaar: 15.000 km2. Men denkt dat er zo'n 50.000 tot 200.000 Syrische hamsters leven in dit gebied. Helaas wordt de Syrische hamster sterk bedreigd door de bevolkingsgroei, veranderde landbouwtechnieken en worden hamsters gezien als een plaagdier door boeren. De Syrische hamster leeft ondergronds in een zogenoemde hamsterburcht. Zo'n hamsterburcht ligt ongeveer 36 cm tot 106 cm diep in de grond. Een hamsterburcht start met een verticale tunnel en loopt langzaam af naar het nestkamer. De verticale tunnel varieert van 18 tot 45 cm en word vaak met een prop aarde afgesloten. Vanuit het nestkamer ontspringen zich weer meerdere tunnels naar andere kamers toe, die b.v. gebruikt worden als plasplaats of als voedselopslagplaats. De gemiddelde lengte van deze tunnels zijn bijna 2 meter, maar er zijn ook tunnels gevonden van 9 meter lang. Het nestkamer bevindt zich gemiddeld 60 cm onder de grond.

 

1.2 De Syrische hamster als huisdier

De eerste beschrijving van de Syrische hamster stamt uit 1797. De eerste wilde Syrische hamsters werden gevangen in 1930. Ze werden aanvankelijk gevangen als laboratoriumdier om onderzoek te doen naar huidleshmanisasis. De eerste wildvang hamsters was een moederhamster met 11 jongen. De hamsters zijn enkele keren ontsnapt waardoor uiteindelijk maar drie mannetjes en een vrouwtje overbleven. Vanuit deze vier dieren zijn 150 jongen geboren en deze werden gebruikt als proefdieren. In 1937 werden de eerste Syrische hamsters overgedragen aan hobbyfokkers en begon het bestaan als huisdier.

 

 

2 Hamster in gevangenschap: wat is stereotype gedrag ?

Stereotype gedrag wordt gedefinieerd als repetitieve, onveranderlijk gedragspatroon zonderduidelijk doel of functie wat vaak wordt gezien bij dieren die gehuisvest zijn onder barre omstandigheden. Stereotype gedrag wordt vaak gezien bij knaagdieren in gevangenschap en worden gezien als standaard indicatie van slecht welzijn. Tralie knagen kan ontsnappingsgedrag zijn maar dit kan ook geïnterpreteerd worden als redirectie gedrag, als een soort uitlaatklep en dit 'afreageren' op een vervangend object en wordt gezien als een abnormaal gedrag of zelfs als stereotype gedrag

 
 

3 Onderzoek naar diepte bodembedekking

In het onderzoek "The Influence of Bedding Depth on Behaviour in Golden Hamsters" (2005) wordt onderzocht in hoeverre verschillende diepte bodembedekking invloed heeft op het gedrag van de tamme Syrische hamster.
 

3.1 De uitvoering

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van in totaal 45 Syrische hamsters. Deze hamsters werden ondergebracht in kooien met de afmetingen 95x45x57 cm (LxBxH). De inrichting van de kooien waren allemaal hetzelfde en bestond uit het volgende:
 
 
* Diverse kartonnen tunnels
* Takken
* Badzand
* Wc-papier en hooi
* Een eten- en drinkbakje
* Een loopwiel van 30 cm
 
 
De hamsters waren opgedeeld in drie groepen met verschillende diepte bodembedekking en elke groep bestond uit 15 individuele hamsters:
 
1.    Groep B-low: deze hamsters verbleven in een kooi met 10 cm bodembedekking.
2.    Groep B-medium: deze hamsters verbleven in een kooi met 40 cm bodembedekking.
3.    Groep B-deep: deze hamsters verbleven in een kooi van 80 cm bodembedekking. 
 
Er waren meerdere momenten waarop er stressmomenten werden uitgevoerd. Dit hield in dat de hamsters werden wakker gemaakt, met de kooi rond werd gereden door de ruimte, luide muziek werd aangezet etc. om te zien in hoeverre stress invloed heeft op het gedrag van de hamster.
 

3.2 Resultaten

Hieronder worden de resultaten weergegeven van het onderzoek en is onderverdeeld onder de paragraven 'Tralie knagen', 'Loopwielgebruik' en 'Hamsterburchten'.
 

3.2.1 Tralie knagen

In het tabel onderin is te zien hoeveel hamsters per groep aan het tralies knaagden. Het is opvallend dat vrijwel geen enkele hamster aan het tralies knaagden uit groep B-deep. De verschillende dieptebodembedekking had dus invloed op het knaaggedrag aan het tralies:

 

Diepte bodembedekking wel tralie knagen geen tralie knagen totale duur tralie knagen
80 cm 0 15 0
40 cm 3 11 327.32
10 cm 7 8 1773.48
totaal 10 34 -

De hamsters keken vaak door het tralies. Sommigen staken hun neuzen door de tralies, niet om te bijten maar om te snuffelen. Tralie knagen lijkt afkomstig van het onderzoekend gedrag van de hamster. Het stereotypische tralie knagen werd geïnterpreteerd als ontsnappingsgedrag. Tijdens dit onderzoek waren er een aantal hamsters die er in slaagden om het plastic van de kooi te bereiken en hier doorheen te knagen. In deze gevallen heeft het tralie knagen het veronderstelde doel bereikt. Het knagen op hout, voedsel, karton etc. lijkt een andere motivatie te hebben omdat er geen correlatie is met het tralie knagen. Het is niet duidelijk waarom het knagen afnam in groep B-deep en groep B-medium. Het knagen was mogelijk gerelateerd aan het onderzoekend gedrag dat mettertijd afnam.

 

 

3.2.2. Loopwielgebruik

Het loopwiel gebruik verschilde per groep. Het loopwiel gebruik was bijvoorbeeld hoger bij de hamsters vanuit groep B-low (10 cm bodembedekking). Gemiddeld renden de hamsters van groep B-low zo'n 13,72 km. De groep B-medium liep 7,06 km en de groep van B-deep zo'n 4,11 km. De grafiek hieronder laat ook zien hoeveel elke groep gemiddeld rende in het loopwiel en of er verschil is qua loopwiel gebruik voor, tijdens en na het stress moment. In vrijwel alle drie de groepen nam de activiteit in het loopwiel toe vanaf het begin van de toepassing van de stressfactoren. Hieruit blijkt dat stress in alle gevallen een stimulerende werking kan hebben gehad op het loopwielgebruik van alle hamsters. Exacte conclusies konden alleen getrokken worden in vergelijking tot de controlegroep zonder stress-factoren. Als rennen in het loopwiel geïnterpreteerd wordt als ontsnappings- of migratiegedrag, waren de hamsters wellicht meer gemotiveerd om te ontsnappen na de toevoeging van een stress-factor omdat zij hun hok minder veilig vonden. De hamsters in groep B-deep ervoeren mogelijk meer stress dan de hamsters in groepen B-low en B-medium, omdat deze hamsters meer gewend waren geraaktaan de verstoringen omdat zij dichterbij het oppervlakte zaten. Een andere mogelijke conclusie voor het loopwielgebruik en waarom deze wellicht toenam bij de groepen B-low en B-medium, is dat de hamsters gewend raakten aan hun hok en daarom minder op verkenning gingen. De hamsters in groep B-deep waren mogelijk langer bezig met onderzoeken omdat hun hok groter was en meer stimulatie bood.

 

3.2.3 Hamsterburchten

De groepen B-medium en B-deep hadden de mogelijkheid om een hamsterburcht te bouwen. Vrijwel alle hamsters hebben hamsterburchten gemaakt in de bodembedekking. De hamsterburchten startten verticaal naar beneden en waren ongeveer 10 tot 20 cm lang. Opvallend was dat het houtenhuisje als startpunt werd gebruikt voor de hamsterburcht. De hamsters van de groep B-medium hadden hun nestkamer rechts onderin de bodembedekking. De hamsters van groep B-deep hadden hun nestkamer ongeveer 50 cm diep in de bodembedekking gegraven. Sommigen hadden weer hun nestkamer helemaal onderin een hoek gemaakt. De hamsters van groep B-deep spendeerde de meeste tijd in hun hamsterburcht. Het plaatje hieronder is een hamsterburcht, gevonden in één van de bakken waar 40 cm bodembedekking in zat.

 

3.3 Conclusie

De onderzoekers geven als conclusie dat diepere bodembedekking zorgt voor minder stereotypegedrag, omdat in tabel van pagina 4 te zien is dat hoe dieper de bodembedekking, hoe minderhamsters aan het tralies knagen. Daarnaast is er vanaf 40 cm bodembedekking de mogelijkheid voorhamsters om een hamsterburcht te maken.
 
 

4 Onderzoek naar kooigrootte

In het onderzoek "Behaviour of golden hamsters (Mesocricetus auratus) kept in four different cagesizes" (K Fischer et al., 2007) is onderzoek gedaan naar vier verschillende kooigrootten en is onderzoek in hoeverre dit invloed heeft op het gedrag van de Syrische hamster.
 
 

4.1 De uitvoering

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van 60 Syrische hamsters van dezelfde leeftijd. Deze hamsters werden ondergebracht in vier verschillende kooigrootten:
 
Groep 1: 32x57x45 cm - 1800 cm2
 
Groep 2: 44x57x45 cm - 2500 cm2
 
Groep 3: 95x57x45 cm - 5000 cm2
 
Groep 4: 105x95x45 cm - 10.000 cm2
 

 

Alle verblijven hadden dezelfde inrichting. Elke kooi had een houten huisje, hooi, wc papier, kartonnen tunnels, takjes, zandbad en een loopwiel van 30 cm. Er werden verschillende stressmomenten uitgevoerd om te zien hoe de hamsters hierop reageerden.

 

4.2 Resultaten

Hieronder worden de resultaten uitgelegd op verschillende gebieden: tralie knagen, benutten van de ruimte en de algehele conditie.
 
 

4.2.1 Tralie knagen

Ondanks de verschillende kooigrootten, knaagden alle hamsters aan het tralies. De hamsters in de twee kleinste kooien knaagden wel langer en vaker aan het tralies dan de hamsters in de twee grotere kooien. Er lijkt een verband te zijn tussen klimmen en tralie knagen. De hamsters in dit onderzoek klommen vaak naar een bepaald punt van de kooi en gingen vervolgens aan het tralies knagen. Soms namen ze een pauze, door naar een andere plek te klimmen van de kooi om vervolgens weer terug te klimmen naar het punt waar ze altijd aan het tralies knagen. Het ttralie knagen wordt in dit onderzoek gezien als een repetitieve en onveranderlijk en zonder functie omdat het vaak op één plek aan het tralies werd geknaagd. Zelfs als dit gedrag niet wordt gezien als stereotype gedrag, maar gezien zou worden als manier om te ontsnappen uit de kooi, is het nog steeds een indicatie dat de hamster niet content is met zijn huisvesting.
 
 

4.2.2 Benutten van de ruimte

De hamsters maakten gebruik van alle ruimte die beschikbaar was in de kooien. Het opvallende was dat de hamsters in de twee grootste kooimaten vooral langs de zijkanten van de kooi liepen (zgn.'Thigmotaxis', wat betekent dat ze langs de randen van zijkanten van de kooi verblijven en het centrale stuk van de kooi vermijden). Voor knaagdieren is dit vaker voorkomend gedrag en wordt gebruikt als indicatie van stress of angst. Eén verklaring is dat, ondanks een inherente angst voor open ruimtes, de hamsters in de grotere kooien meer op onderzoek uit gingen dan de hamsters in de kleine kooien. In elke kooi was ook een houten huisje geplaatst. In de twee kleinste kooien werd de extra ruimte van het houten huisje door vrijwel alle hamsters benut. In de twee grotere kooien werd het maar door een enkele hamster benut. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de hamsters in de twee grotere kooien ogenschijnlijk genoeg ruimte hadden.
 
 

4.2.3 Algehele conditie

De gezondheid van dieren geeft een goede indicatie van het welzijn. Hamsters in kleinere kooienkomen eerder aan dan hamsters in grotere kooien omdat hamsters in grotere kooien meer energieverbruiken en de ruimte hebben voor snel rennen. Daarom zijn de kooien van groep 1 en 2 te klein als huisvesting voor Syrische hamsters.
 
 

4.3 Conclusie

Op basis van de frequentie en duur van het tralie knagen, wat een stuk hoger lag bij de kleinere kooien, geven de onderzoekers als conclusie dat het welzijn van de Syrische hamster verbeterd bijeen kooigrootte van 10.000 cm2 waarbij de omgeving voldoende ingericht is. Volgens de onderzoekers bieden grotere kooien meer ruimte voor variatie qua inrichting. Hierdoor kun je de conclusie trekken dat kooigrootte en inrichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Meer variatie in de inrichting kan zorgen voor minder stereotype gedrag en verbeterd het welzijn van het dier.
 
 

5 De huisvesting van de tamme hamster

Naar aanleiding van bovenstaande, zijn de volgende punten belangrijk in de huisvesting van de hamster:
 
1. Bodembedekking 
Onder paragraaf 'De Syrische hamster in het wild' is omschreven hoe een hamsterburcht eruit ziet. Het nestkamer zit gemiddeld 60 cm onder de grond. In het onderzoek naar dieptebodembedekking, groeven de hamsters hun nestkamer ongeveer 50 cm onder de grond. Het is daarom goed om rekening te houden meteen dikke laag bodembedekking. Momenteel wordt 20 cm als minimum aangeraden, maar dieper is (zeker voor Syrische hamsters) beteren maakt het voor hen ook mogelijk om een echte hamsterburcht te maken.
 
2. Oppervlakte 
Behalve diepte bodembedekking, is oppervlakte een belangrijk onderdeel. Vanaf 5000 cm2 nam het stereotype gedrag af en deze oppervlakte geeft de mogelijkheid om goed in te kunnen richten en voor de hamster om een hamsterburcht te maken in de bodembedekking.
 
1.Inrichting 
In combinatie met bovenstaande, dus 20 cm bodembedekking en een minimumoppervlakte van 5000 cm2, kun je veel variatiebieden aan de inrichting. Denk hierbij aan takken, huisjes, bruggetjes, tunneltjes, etc. Hamsters houden niet van open ruimtes, dus door de inrichting hierop aan te passen, kun je de bak zo inrichten waar je hamster zich prettig bij voelt.
 
 
Zoek je inspiratie voor huisvesting neem dan ook een kijken op mininatuur.

 


« 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.